Machupicchu is geen ruïne. De Spanjaarden hebben het, gelukkig, nooit gevonden. Het is een grote Incastad over 2 bergen verdeeld. En, ik denk, wel één van de belangrijkste plekken hier in Peru. Ook weer heel indrukwekkend, maar met eigenlijk veel te veel toeristen. Er gaat zowat elke minuut een kleine bus naar boven. Onze poging om ’s ochtends als één van de eersten boven te zijn mislukte.
De tocht om hier te komen was een ervaring die ik mijn hele leven niet zal vergeten. Anne Jean had informatie gekregen over een alternatieve, niet al te toeristische en goedkopere route. Het begon al met de bus. Die ging niet om 2 uur. Dus wij de hele middag wachten bij een restaurant, want om 6 uur zou er een bus gaan. Om half 7 kwam er een minibusje, die ons naar St Theresa zou brengen. Gelukkig niet helemaal vol, zoals die ochtend nog gebeurde. Toen werden er 23 personen in een model VW busje gepropt. Voldoende been ruimte voor AJ, dus wij wel blij. Het was ondertussen al donker geworden. Uren en uren hebben we gereden, de bergen in, langs steile afgronden. Gelukkig reed de chauffeur rustig. Een vervelend iets van die Peruanen is dat ze de radio in taxi’s en busjes, bijna, altijd keihard aan hebben staan. Dus nu ook, de hele reis. Na uren rijden werd het mistig. En niet zo’n heel klein beetje ook.
Ik denk dat we gewoon in de wolken reden, zo hoog waren we onderhand. En de hele reis populaire Peruaanse muziek. Opeens was er een lied met vele malen Halleluja erin. Even later begon er een ander lied, met een echo stem te praten, met daarop volgend orgelmuziek. Zo bizar was het allemaal en surrealistisch. Ik dacht op een gegeven moment: We gaan helemaal niet naar een volgend dorp. We gaan regelrecht naar BOVEN!! Maar de chauffeur reed rustig door of was het allemaal de normaalste zaak van de wereld. Het zal zo tegen twaalven geweest zijn toen de bus stopte. Er stond een auto voor ons ook stil. En naar later bleek daarvoor ook één, ja een hele rij. Het bleek dat er verderop een modderlawine was geweest. We zaten dus vast.
Teruggaan was ook geen optie. We hadden al wel 5 uur gereden. De chauffeur trommelde een paar niet al te fris geurende dekens op en we moesten maar gaan slapen. Eerste gedachte is, je bent gek. Ik ga niet in een busje slapen met een stuk of 8 Peruanen die misschien strak beginnen te snurken. Maar een alternatief is er niet, dus kop erbij en verstand vooral op nul. Lenzen eruit en de ogen maar gewoon dicht doen. Verbazend hoeveel je dan toch nog slaapt. En ja, je hoort af en toe iemand snurken of andere geluiden maken. Gelukkig kan ik ook wel snurken, dus misschien hebben ze ook een beetje last van mij gehad. 🙂
De volgende ochtend om een uur of 6, het was al licht, zijn we uitgestapt om te plassen en te kijken wat er aan de hand was. Een plekje zoeken waar niet al teveel mensen waren viel niet mee, dus maar gewoon ergens gaan zitten. Je moet wel. Ik heb daar op de berg een heel mooi rondgedraaid hoopje gelegd, is helaas geen foto van gemaakt :).
Inderdaad, er lag een minstens 3 meter hoge bult modder, steen en rots op de weg. Er omheen was geen optie, aan de ene kant berg aan de andere kant afgrond. Er stonden wat mannetjes met pikhouwelen en schepjes in de modder te wroeten. Dat schiet niet erg op natuurlijk. En een hele rij, gestrande, Peruanen als opzichters. Roepen en commentaar geven dat het een lieve lust was. Ondanks het ongemak hebben we toch ook wel gelachen daar op de berg. Bang ben ik ook niet geweest. Op een gegeven moment was er een oude shovel die wat schepjes deed. De man was vast bang om in de afgrond te storten, want het stelde niks voor wat hij deed. Anne Jean wilde al bijna naar hem toe gaan om het over te nemen. Hij heeft n.l. op de vuilstort gewerkt en veel op de shovel gereden. Maar na een paar uurtjes, ja tijd bestaat dan even niet, hadden ze toch de boel een beetje vlak gemaakt. Onder veel gejoel en aanmoediging riep en schreeuwde iedereen de man in de shovel over de bult heen. Nog een paar keer heen en weer en toen mocht de eerste auto erover. Er stonden aan weerszijden van de modderbult, onderhand al wel een paar honderd gestrande mensen. En allemaal aanmoedigen. De vele, vaak oude, brikken werden weer gestart, wat een stank, en de een na de ander reed, meestal plankgas, over de nog altijd wel 2 meter hoge bult, die ook nog scheef was. Iedereen was gek, echt. Het was best een eng gezicht, vooral de wat grote voertuigen, die af en toe gevaarlijk naar de afgrond overhelden. Wij zijn eerst de bult over gelopen en toen in het busje gestapt. Anne Jean zat wel in het busje en die zei dat de vrouwen heel erg gegild hadden toen ze over de bult reden.
Er stond ons nog veel meer te wachten en we waren er nog lang niet, dus:
Wordt vervolgd.
Het is prachtig Titia dat wij je op je reis kunnen “begeleiden “
Hi Titia! Yes, we survived! Ik ben benieuwd naar je volgende berichten over Peru, kijken wie er eerder klaar is, je weblog, mijn dagboek, of toch AJ´s mindmappen…
x Nicole